Wat vertelt de sjaria ons over een duurzame levenswijze?

door abubakkernl

Tawhied – Taqwa – Chilafa

Het centrale uitgangspunt van de islam is tawhied, eenheid, geloof in de unieke God, die geen gelijke naast zich heeft, de Schepper van het universum. God heeft het universum als een eenheid geschapen, waarin alles met elkaar verbonden is en daarom ook alles van elkaar afhankelijk is. Wordt er ook maar één atoom vernietigd, dan heeft dat invloed op de rest van de schepping. Het evenwicht is verstoord en moet hervonden worden.

Dit komt heel duidelijk tot uitdrukking in soera Ar Rahmaan, 55:5-9:

De zon en de maan volgen een vastgestelde baan. De sterren en de bomen buigen zich eerbiedig voor hun Heer. De hemelen heeft Hij opgeheven en Hij heeft het evenwicht gebracht. Verstoor het niet en houd de juiste maat en verlies die niet.

Alles om ons heen is van God afkomstig. God eren we niet alleen in ons gebed, maar misschien nog veel meer door de manier waarop we met onze omgeving omgaan. Onze taqwa (godsvrees, eerbied) heeft tot gevolg dat we beseffen dat wij geen autonome wezens zijn die naar believen kunnen doen en laten waar we zin in hebben zonder dat dat consequenties heeft, maar dat wij bestaan bij de gratie Gods en aan Hem verantwoording verschuldigd zijn voor alles wat we doen. Taqwa uit zich in een levenshouding waarbij we ons er steeds van bewust zijn dat God ons “ziet”, ook al zien we Hem niet. We dienen dus eerbiedig om te gaan met wat Hij geschapen heeft. God gaf ons verantwoordelijkheid (chilafa) voor de schepping.

Soera Al Ahzaab, 33:72:

Wij boden het volkomen vertrouwenspand de hemelen, de aarde en de bergen aan, maar zij weigerden het aan te nemen (omdat zij vreesden ontrouw te zullen worden). Maar de mens nam het op zich…

en soera Al Ancaam, 6:165:

Hij is het die jullie tot vertegenwoordigers (chalifa) op aarde heeft aangewezen en enkelen van jullie in rang verhoogd heeft om jullie te beproeven met datgene wat Hij jullie gegeven heeft…

We dienen dus zorgvuldig met de schepping om te gaan, niets te vernietigen en waar dat binnen onze mogelijkheden ligt te zorgen voor verbetering. We moeten niet alleen aan ons heil in het leven na de dood denken, maar zeker ook de kwaliteit van ons leven hiernumaals en de kwaliteit van leven van degenen die na ons komen bevorderen. Dit leiden we af uit soera al Qasaas (28:77):

Streef met hetgeen God u gegeven heeft naar het paradijs in het hiernamaals, maar vergeet niet uw aandeel in de toekomst (de wereld). Doe het goede zoals God het u gedaan heeft en veroorzaak geen onheil op aarde. God heeft degenen die onheil veroorzaken niet lief.

We moeten er dus voor zorgen dat we de aarde in zo’n goede staat achterlaten dat onze kinderen en hun kinderen een net zo goed – of een beter – leven kunnen hebben als wij hadden. Kort gezegd komt dit erop neer dat we ons nageslacht niet mogen opzadelen met uitgeputte energiebronnen, enorme bergen (nucleair) afval, uitgedroogde meren, kaalgeslagen oerwouden, erosie en verwoestijning. Dat is onrechtvaardig tegenover onze kinderen, maar eigenlijk meer nog tegenover God, die er op het moment dat wij de opdracht aannamen van uitging dat wij goed voor Zijn schepping zouden zorgen.

Duurzaamheid uitgewerkt in de sjaria

De principes uit de koran die ik hier heb beschreven, hebben moslimbestuurders in het verleden geïnspireerd tot uitgebreide voorschriften die ertoe moesten leiden dat we duurzaam met natuurlijke hulpbronnen omgaan. Belangrijke uitgangspunten bij het opstellen van die ge- en verboden zijn de afweging welk positief effect (masaalih) ons handelen heeft en welke schade (mafaasid) we ermee aanrichten, en hoe we ervoor kunnen zorgen dat zoveel mogelijk mensen een zo groot mogelijk welzijn kunnen bereiken zonder schade aan de schepping aan te richten. We kunnen deze uitgangspunten samenvatten met het Arabische begrip hisbah (het goede bevorderen en het kwade bestrijden).

Ik geef hieronder enkele voorbeelden van hoe deze principes concreet zijn uitgewerkt tot wetgeving. Houd daarbij in gedachten dat sjaria niet altijd recht in westerse zin betekent, maar naast rechten, plichten en verboden die met sancties kunnen worden afgedwongen óók ethische richtlijnen bevat die ons aansporen tot beter gedrag – dus gedrag dat uitstijgt boven het minimaal wenselijke – volgens het principe “wedwijvert met elkaar in het doen van goede werken”.

Water

Allereerst iets over water, het levengevende element dat in de Arabische wereld zo schaars is en daarom tot uitgebreide regelgeving heeft geleid. Zolang water vrij stroomt is het collectief bezit. Iemand kan een bron bezitten (in beheer hebben), maar kan een dorstige niet wegsturen wanneer er meer water in die bron is dan hij voor zijn levensonderhoud nodig heeft. Het recht van de dorstige gaat vóór luxe. Het is verboden de vrije toegang tot waterbronnen te beperken. Ieder kan nemen wat hij nodig heeft zonder te verspillen en zonder de bron te vervuilen, waardoor het water ongeschikt zou worden voor consumptie. Wanneer water schaars is, kunnen door de autoriteiten of de beheerder van de bron restricties worden opgelegd, maar iemand kan nooit al het beschikbare water voor zichzelf claimen.

Als er voldoende water is, kan dat natuurlijk gebruikt worden voor irrigatie om landbouw mogelijk te maken in gebieden waar te weinig neerslag is. Daarbij schrijft de sjaria voor dat het aanleggen van nieuwe geïrrigeerde velden nooit ten koste mag gaan van de toevoer van water naar al bestaande geïrrigeerde gebieden. Boeren die aan de bovenloop van een rivier irrigeren hebben sterkere rechten dan boeren die stroomafwaarts werken. Wanneer er bijvoorbeeld in een droge periode te weinig water stroomt om álle velden te irrigeren, dan verdient het de voorkeur om alléén de velden die stroomopwaarts liggen van voldoende water te voorzien, boven gelijke verdeling over alle velden waardoor ieder veld per saldo te weinig zou krijgen met als gevolg een slechte of mislukte oogst in het gehele gebied. Boeren met een goede oogst kunnen vervolgens verplicht worden een deel van hun oogst af te staan om de boeren die in de problemen zijn geraakt tegemoet te komen.

Het waterbeheer zoals dat in de sjaria is uitgewerkt zou als voorbeeld kunnen dienen voor het ontwikkelen van beleid ten aanzien van andere, inmiddels schaars geworden of bedreigde hulpbronnen, zoals (fossiele) brandstoffen en tropisch hardhout.

Beschermde gebieden

De sjaria kent een aantal vormen van beschermde gebieden. De bekendste zijn de twee heilige steden Mekka en Medina en hun omgeving, die Al Haramayn, de twee heilige of onaantastbare steden, worden genoemd. Er geldt een kapverbod voor alle bomen en struiken, een verbod om planten te verwijderen, een jachtverbod en een verbod om wilde dieren in hun natuurlijke levenswijze te storen. Onder druk van de “vooruitgang” worden deze restricties de laatste vijftig jaar op grote schaal geschonden en geldt in feite alleen nog maar het jachtverbod. Gazelle en steenbok zijn inmiddels uit de omgeving van Mekka verdwenen en in de zich steeds maar uitbreidende steden is bijna geen groen meer te bekennen. Mekka en Medina zouden voorbeelden van ‘best practice’ kunnen zijn op het gebied van duurzaam ecologisch stedebouwkundig beleid. Duurzaam beheer van de twee voor moslims heiligste steden is een ethische zaak van groot belang. Het feit dat in de twee heiligste steden van de islam zo lichtvaardig met de voorschriften op het gebied van milieu wordt omgegaan heeft desastreuze gevolgen voor de gehele moslimwereld. Als de geboden in de heiligste steden overtreden kunnen worden, waarom zouden we ons dan überhaupt nog aan islamitische voorschriften houden?

Hcima

Autoriteiten kunnen in navolging van het voorgaande gebieden aanwijzen “voor de zaak van God”, anders gezegd: voor het algemeen belang. Dit noemen we hcima. De oorsprong ervan ligt in het grasland dat de profeet (vzmh) in Medina reserveerde als graasgebied voor de rijdieren. Later werd daar weidegrond voor het vee van de armen aan toegevoegd en ontstonden gebieden waar vee alleen in tijden van droogte mocht grazen of dat uitsluitend als hooiland werd gebruikt omdat de vegetatie door begrazing teveel schade zou lijden. Ook werden er reservaten aangelegd voor de bescherming van bedreigde diersoorten, bijvoorbeeld steenbokken, of voor honingbijen. Kenmerkend voor al deze gebieden was extensief, duurzaam beheer, gericht op het behoud ervan voor de toekomst. Het diende niet alleen een economisch doel maar was ook gericht op het behoud van de schepping. In 1965 waren er in Saoedi-Arabië ca. 3.000 hcima, variërend van 10 tot 1.000 ha. Door bevolkingsgroei, nationalisatie en modernisering van landbouw en economie is dat aantal sindsdien sterk afgenomen. Nog steeds zijn er graslanden die sinds de tijd van de profeet (vzmh) ononderbroken duurzaam zijn beheerd.

Dierenrechten

De sjaria is tamelijk uniek in de wereld in die zin dat het aan dieren een aantal rechten toekent, die ook in rechtbanken kunnen worden afgedwongen. Enkele rechtsscholen gaan zelfs zover dat ze dieren het recht toekennen in individuele gevallen in een juridische procedure vertegenwoordigd te zijn. Het is moslims toegestaan te jagen en te vissen en dieren te houden als werkkracht en hun melk, wol en vlees te gebruiken, dit alles onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de betrokken dieren een goede behandeling krijgen. Dat wil zeggen dat het dier recht heeft op voldoende geschikt voedsel en verzorging wanneer het ziek of oud is, dat het niet te zwaar mag worden belast, dat de eigenaar ervoor moet zorgen dat ze zich niet kunnen verwonden, dat ze voldoende ruimte hebben en dat ze gelegenheid krijgen om te paren. Verder kent iedereen wel de strenge regels die gelden voor de slacht.

Geschreven voor Wijblijvenhier.nl

Advertenties