De hoofddoek

door abubakkernl

Teken van kuisheid of symbool voor onderdrukking?

Over de hoofddoek worden al geruime tijd heftige debatten gevoerd, met als voorlopig dieptepunt het verbod op het dragen van een hoofddoek op openbare scholen en in overheidsfuncties in Frankrijk, dat in september 2004 van kracht werd. De argumenten die door de tegenstanders steevast worden aangevoerd zijn dat de hoofddoek een symbool is voor fundamentalisme, onderdrukking van de vrouw en gebrek aan integratie. De onderliggende reden om de hoofddoek te verbieden kan echter niets anders zijn dan ordinaire vreemdelingenhaat, verpakt in termen ontleend aan de ‘ethische’ koloniale politiek (bevrijding van de moslimvrouw). Want meestal zijn dit juist niet de beweegredenen voor moderne, onafhankelijke moslima’s die met hoofddoek de straat op gaan, studeren en werken. Zij bewijzen veelal juist het tegendeel. Bovendien wordt de stem van deze vrouwen stelselmatig uit het debat geweerd.

Het blijft echter onduidelijk op grond waarvan door moslims geconcludeerd wordt dat het dragen van een hoofddoek voor moslimvrouwen verplicht is. De argumenten en fatwa’s die hierover meestal worden aangehaald overtuigen niet echt en lijken te zijn gebaseerd op een vrouwonvriendelijke, patriarchale interpretatie van de islamitische bronnen: de Qor’aan en de Soenna.

Hieronder een poging tot eigentijdse interpretatie van de relevante teksten.

“En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun schoonheid niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is, en dat ze hun doeken (goemoer, meervoud van gimaar) over hun borst slaan en hun schoonheid niet openlijk tonen …” (24:31)

Met “kuisheid bewaken” en “hun schoonheid niet tonen” wordt volgens de interpretatie van veel moslimgeleerden bedoeld dat een vrouw zich zo moet kleden dat alleen handen en gezicht zichtbaar zijn. Het woord ziena (aantrekkelijkheid, schoonheid) wordt vaak met sieraad vertaald, maar volgens de geleerden wordt de vrouwelijke schoonheid in het algemeen bedoeld, dus niet alleen sieraden en make-up. Vandaar misschien dat strengere moslims, zoals de Taliban, vrouwen verplichten ook hun gezicht te bedekken, omdat ook het gezicht tot de vrouwelijke schoonheid gerekend kan worden. Een gimaar is ofwel een omslagdoek die veel vrouwen in de tijd van de Profeet over hun schouders droegen, ofwel een hoofdbedekking. Er bestaat zelfs een hadieth waarin verhaald wordt dat de Profeet zijn gimaar bevochtigde bij het uitvoeren van de rituele wassing1. Hoewel in het vers staat dat ze de doek over hun borst moeten slaan, verstaan veel moslims deze passage als bewijsplaats voor het dragen van een hoofddoek. De vrouwen zouden in die tijd jurken met een wijde halsopening gedragen hebben, waardoor hun borsten (gedeeltelijk) zichtbaar waren, vandaar het voorschrift om de gimaar over hun borst te slaan.

“… en wanneer jullie hun om iets vragen, doe dat dan van achter een afscheiding (hijaab) …” (33:53)

Dit vers gebiedt (vanaf een bepaald moment gedurende de laatste jaren van het leven van de Profeet in Madinah) de totale afzondering van de vrouwen van de Profeet. Zij mochten hun huizen niet onbedekt verlaten (zie hierna) en zij mochten niet zo met mannen spreken dat zij gezien konden worden, dus alleen van achter een muur, deur of gordijn, of met bedekt hoofd. Alleen met directe mannelijke (mahram) familieleden en hun slaven mochten zij onbedekt communiceren (33:55). Dat het hier niet alleen om het gezien worden van vrouwen gaat blijkt uit een hadieth waarin de Profeet Aisja berispte omdat ze de deur had geopend voor een blinde man. Hij kon haar niet zien, maar zij hem wel, waadoor er eventueel begeerte in haar hart gewekt zou kunnen worden. Hoewel dit een voorschrift is dat alleen voor de vrouwen van de profeet bedoeld is (de verzen ervoor en erna gaan expliciet over de vrouwen van de Profeet), wordt het door vele geleerden op vrouwen in het algemeen toegepast. Vandaar dat meer conservatieve moslims hun vrouwen soms ‘opsluiten’.

“O Profeet, zeg tot uw echtgenotes en tot uw dochters en tot de vrouwen van de gelovigen dat zij hun overkleden (jalabieb, enkelvoud: jilbab) over zich heen trekken. Dan is het meest gewaarborgd dat ze herkend en niet lastig gevallen worden. En Allah is vergevensgezind, meest barmhartig.” (33:59)

De jilbab is een overkleed dat door Arabische vrouwen als een soort jas werd gedragen als ze het huis uitgingen. Aangezien de jilbab als hij normaal gedragen wordt behalve hoofd en handen al alles van hals tot voet bedekt, moet worden aangenomen dat met “over zich heen trekken” is bedoeld dat ze er ook hun hoofd mee moesten bedekken2. Hetzelfde effect kan met een capuchon of een hoofddoek bereikt worden. De reden wordt in het vers duidelijk aangegeven: vrouwen die op die manier gekleed gaan zijn herkenbaar als gelovige vrouwen en opdringerige (ongelovige) mannen zullen hen niet lastig vallen, zoals ze gewend waren te doen met ongelovige vrouwen. Aangezien de jilbab uitsluitend buitenshuis gedragen werd en er in het vers slechts gesproken wordt over het bedekken van het hoofd als herkenningsteken, kan dus niet geconcludeerd worden dat vrouwen ook binnenshuis in het bijzijn van niet-mahram mannen hun hoofd zouden moeten bedekken. Uit diverse bronnen blijkt ook nog eens dat tijdens het leven van de Profeet en kort daarna alleen ‘vrije’ vrouwen, dus niet gelovige slavinnen, geacht werden zich op de aangegeven wijze te bedekken3.

De ahadith met betrekking tot dit onderwerp hoeven met bovenstaande interpretatie niet in tegenspraak te zijn. Het gaat om diverse varianten van het verhaal dat de Profeet, toen Asma, de zus van Aisja, in dunne (doorschijnende) kleding bij hem binnen liep, verschrikt naar zijn gezicht en handen wees en zei dat van een volwassen vrouw niet meer dan “dit en dit” gezien mocht worden. Hij kan bedoeld hebben dat zij niet op die manier gekleed over straat had moeten gaan, maar een jilbab had moeten dragen, en binnenshuis een gimaar over haar borst had moeten slaan. Het feit dat hij alleen naar zijn gezicht wees en niet naar het haar, hoeft ook niet te betekenen dat zij ook het haar had moeten bedekken. Hij kan met dat gebaar net zo goed het gehele hoofd bedoeld hebben. We moeten ons realiseren dat het een schrikreactie van de Profeet geweest kan zijn: Asma komt binnen, Muhammad schrikt en wijst geëmotioneerd naar zijn gezicht en handen. De Profeet was ook ‘maar’ een mens…

We zouden tot de conclusie kunnen komen dat de huidige hoofddoekdiscussie ook van de kant van moslims nogal overtrokken gevoerd wordt. Op basis van bovenstaande verzen kan ik niet concluderen dat de hoofddoek zowel binnens- als buitenshuis verplicht is. Het lijkt – behalve voor de vrouwen van de Profeet – vooral te gaan om herkenning om niet lastig gevallen te worden. Zou het misschien verstandig zijn de hoofddoek in die situaties af te laten waar vrouwen in de westerse wereld worden ‘lastig gevallen’ juist omdat ze een hoofddoek dragen?

Bronnen:

  • A.S. Roald, Women in islam, 2002, p. 266
  • H.H. Motzki, ‘Das Kopftuch, ein Symbol wofür?’, in Religion – Staat – Gesellschaft 5 (2004), Heft 2, p. 178
  • Leila Ahmad, Women and gender in islam, 1992, p. 55
Advertenties