Islam en de Vrijeschool

door abubakkernl

In de Middeleeuwen is de islam van grote betekenis geweest voor de vorming van de Europese identiteit. Recent is door onder meer de immigratie van goedkope arbeidskrachten weer een toenemende interactie tussen de Europese en islamitische culturen ontstaan. Het lijkt erop dat dat contact nog intensiever zal worden. Enige aandacht voor de islam in het leerplan van de vrijescholen is dus wel op zijn plaats.

Gelukkig heeft een aantal vrijescholen de islam inmiddels een plaats gegeven in het geschiedenisonderwijs van de zesde klas (op andere scholen is dit groep 8). Maar ook in de lagere klassen kun je al ingaan op de islam. In de 2e klas kun je als heiligenlegende natuurlijk al iets uit het leven van Mohammed vertellen. In de derde klas kun je een keer een verhaal over een van de Bijbelse profeten vanuit de islamitische traditie vertellen (zie elders op deze site) en als je in de heemkundeperiode van de vierde klas ingaat op de culturen van de nieuwe bewoners van je stad komt de islam vanzelfsprekend ter sprake. Ten slotte bestaan er tal van prachtige islamitische vormen die je kunt gebruiken in de vormtekenlessen.

De plaats van de islam in het leerplan van de Vrijeschool

In de derde klas wordt het Oude Testament behandeld, met het scheppingsverhaal waarin God in het begin nog als een Wij (Elohim) wordt geïdentificeerd, wat halverwege het scheppingsproces overgaat in een Ik (Jahweh). Aan de profeten openbaart God zich als Enige die geen andere wezens meer naast zich duldt.

In de vierde klas beleven de kinderen het vervagen van de godenwereld in de verhalen uit de Edda. In de tijd waarin de Edda ontstond, hadden de mensen nog het gevoel als zelf scheppende wezens op de onderste treden van de godenwereld te staan. De mens voelde zich opgenomen in een geheel van geestelijke machten vervulde wereld. Maar in het innerlijk van de mens trokken de goden zich terug. De mens werd een individu en had geen toegang meer tot de scheppende krachten, maar beschouwde zich vanaf dat moment als kroon op de geschapen wereld.

In de vijfde klas wordt onder andere de Perzische cultuur behandeld. De veelheid van de godenwereld waar de mens zich voordien in opgenomen voelde, versmalde zich in de leer van Zarathustra tot een dualiteit van goed en kwaad, twee uitersten waar de mens vanaf dat moment als zelfstandig wezen tussenin stond.

De Romeinen die in de zesde klas optreden, vertrouwden in grote mate op hun eigen kracht. De Romein stond onafhankelijk tegenover een wereld die hij vrijelijk naar zijn hand dacht te kunnen zetten. Een gecentraliseerd, monotheïstisch Christendom verving het abstract geworden godenpantheon.

Van de profeet Mohammed wordt gezegd dat hij het ‘zegel der profeten’ is, de laatste mens aan wie door middel van openbaring geestelijke leiding voor de mensheid werd toevertrouwd. Vanaf Mohammed moet de mens het echt zelf doen, maar daar heeft hij dan ook de middelen voor gekregen, namelijk Ik-kracht, het ‘Christus in mij’, esoterische geschriften en meditatietechnieken. In de islam zijn dat de heilige Koran, de vijf dagelijkse gebeden en de ‘dzikr’ – de meditatie op de 99 Schone Namen (kwaliteiten) van God, die vooral in het soefisme, maar ook in de dagelijkse praktijk van veel gewone gelovigen een grote rol spelen. Ten slotte wordt de islam nog gekenmerkt door een diep sociaal bewustzijn, dat vooral tot uiting komt in het ondersteunen van de minder bedeelde medemens. Goed en kwaad vinden voor de moslim beide hun oorsprong in een ondeelbare, alles omvattende God (Allah). Er is sprake van een ‘noodzakelijk kwaad’. Je ziet dit ook terug in de Schone Namen, waar God zowel de Schepper en de Liefdevolle, als de Wreker en de Vernietiger wordt genoemd.

In het leerplan sluit de islam aan bij de behandeling van het Romeinse rijk en het Middeleeuwse Europa in de zesde klas. De eerste openbaring aan Mohammed dateert van 610, dus in de vroege Middeleeuwen, toen de Oost-Romeinse en Perzische rijken ten onder gingen. De islam kreeg vanaf 622 een vaste vorm, toen Mohammed met zijn volgelingen naar Yathrib (Medina) uitweek en een strijd om de zuivering van het Mekkaanse heiligdom (de Ka’ba) van afgoden voerde. De eerste Arabische veroveringen buiten het Arabisch schiereiland dateren van kort na Mohammeds dood in 632. Tussen 711 en 732 werd Spanje veroverd, waarna een periode van grote culturele en wetenschappelijke bloei begon waarvan de vruchten zich over de rest van Europa verspreidden. Het hoogtepunt daarvan lag tussen de 10e en 15e eeuw.

Wanneer je de islam behandelt, zou je in de zesde klas kunnen kiezen voor het drieluik biografie van Mohammed, de boodschap van de koran en de belangrijkste geloofsregels. De kruistochten* moeten ook vanuit het perspectief van de moslims behandeld worden, en er kan aandacht worden besteed aan de enorme culturele kruisbestuiving die toen onbedoeld is ontstaan, bijvoorbeeld aan de introductie van ridderlijkheid en hoofse liefde in de Europese cultuur. De figuur van Feirefis uit het Parcival-epos vormt de belichaming van die kruisbestuiving.

In de zevende klas kan de vorming van het Arabisch-islamitische wereldrijk tot Spanje in het westen en het westelijke deel van China in het Oosten kunnen worden behandeld. Bespreking van het Huis der Wijsheid in Bagdad (Beit al-Hikmah, 825-1258), waar moslims, joden en christenen eendrachtig samenwerkten, en het werk van enkele van de belangrijkste islamitische geleerden en filosofen vormt de opmaat voor de Europese wetenschap van de Renaissance. Islamitische geleerden deden meer dan het bewaren van de Griekse wetenschap, zoals lang verondersteld is. Zij ontwikkelden die verder, combineerden met de Perzische en Indiase wetenschappen en deden zelf belangrijke ontdekkingen. Enkele belangrijke geleerden zijn:

  • Al-Chwarizma (ca. 780-840), de wiskundige van wie de term algebra afkomstig is
  • Al-Hasan (Alhazen, 965-1040), astronoom;
  • Ibn Sina (Avicenna, 980-1037), medicus, natuurkundige en filosoof;
  • Ibn Rushd (Averroës, 1126-1198), jurist, arts en filosoof;
  • Ibn Khaldun (1332-1406) historicus, socioloog en antropoloog.

Aanbevolen literatuur:

  • Tanja Al Hariri-Wendel: Symbolen van de Islam, Hoevelaken, 2002
  • Tom Holland: Het vierde beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid, Amsterdam, 2012
  • Salim T.S. Al-Hassani: 1001 Inventions, the enduring legacy of Muslim civilization, Washington, D.C., 2012
  • Mahmoud Houssein: Al-Sira. De verhalen over Mohammed in Mekka, Amsterdam, 2008
  • Ibn Battoeta: De reis, Amsterdam, 2008
  • Ibn Ishaak: Het leven van Mohammed. De vroegste Arabische verhalen, Amsterdam, 2000
  • Hugh Kennedy: De grote Arabische veroveringen, Amsterdam, 2008
  • Jonathan Lyons: Het huis der wijsheid. Hoe Arabieren de westerse beschaving hebben beïnvloed. Amsterdam, 2010
  • Bruno Sandkühler: Begegnung mit dem Islam. Lebensformen und Perspektiven einer Religion, Stuttgart, 2005
  • John van Schaik, Christine Gruwez en Cilia ter Horst: De vrijheidsimpuls van de Islam, Zeist, 2012
  • Anton Wessels: De Koran verstaan. Een kennismaking met het boek van de islam, Kampen, 1995

* Paus Urbanus II riep in 1095 op tot een “Gerechtvaardigde Oorlog” met als aanleiding o.a. het bemoeilijken van pelgrimages naar Palestina door Seldjoekse (islamitische) strijders en de vernietiging van de Heilige Grafkerk in Jeruzalem in 1009 door de waanzinnige kalief Al-Hakim (de kerk werd al in 1042 herbouwd!). De eigenlijke reden was echter dat de Kerk haar invloed zag tanen door de afscheiding van de Byzantijnse Kerk in 1054. De paus hoopte met de kruistochten tegen een gezamenlijke vijand zijn gezag te kunnen herstellen.

Geschreven voor het tijdschrift Vrije Opvoedkunst

Advertenties