Mohammed en het Manicheïsme

door abubakkernl

In zijn boek ‘Over de redding van de ziel’, gedicteerd op zijn sterfbed, beschrijft de vooraanstaande Nederlandse antroposoof, psychiater en organisatie-adviseur Bernard Lievegoed (1905-1992) drie geestelijke stromingen die de mensheid leiden. Ieder mens behoort volgens Lievegoed tot zo’n hoofdstroom en als hij zich daarvan tijdens zijn leven op aarde bewust wordt, kan hij zich optimaal voor de ontwikkeling van de mensheid inzetten. Dit boekje veronderstelt behoorlijk wat voorkennis, maar omdat het zo beknopt is en helder beschreven, zou ik het best willen aanraden als eerste kennismaking met de antroposofie. De boodschap van Lievegoed wordt denk ik ook duidelijk zonder voorkennis en omdat eigenlijk alle thema’s die in de antroposofie belangrijk zijn worden aangestipt en het boek door redacteur Jelle van der Meulen voorzien is van uitgebreide literatuurverwijzingen, is het een uitstekende opmaat voor verdere verdieping in de afzonderlijke thema’s.

De drie hoofdstromen die Lievegoed noemt zijn de antroposofie, het rozenkruizerdom en het manicheïsme. De antroposofie werd in de wereld gezet door dr. Rudolf Steiner (1861-1925) om de mens te leren met vol bewustzijn aan de ontwikkeling van zijn ‘hogere’ vermogens te werken om daarmee in vrijheid te kunnen streven naar de sublimatie van de menselijke wezenskern. Steiner is een ‘jonge’ ziel die zich voor het eerst incarneerde omstreeks 3.000 voor Christus in de persoon van Enkidoe die we kennen uit het Perzische Gilgamisj-epos. Enkidoe strijdt met Gilgamesj, maar als ze even sterk blijken te zijn, strijden ze samen tegen het kwaad, tot Enkidoe sterft en Gilgamesj op zoek gaat naar het eeuwige leven, wat dramatisch eindigt. Deze twee zielen werken vanaf dat moment steeds als twee tegenpolen samen in de menselijke geschiedenis.

De tweede stroming, genoemd naar Christian Rosencreutz, is veel ouder. De eerste incarnatie van Christian Rosencreutz is Kaïn die de aarde bewerkt. Rudolf Steiner heeft gezegd dat alleen dat deel van de aarde in een volgende ontwikkelingsfase weer tot verschijning kan komen, dat door mensenhanden is bewerkt. Dat is de taak van de geestelijke stroming van de rozenkruisers: materiële substantie omvormen en doordringen met menselijke liefdeskracht. Dat is wat iedereen doet die met zorg praktisch bezig is: boeren die de grond bewerken, de bereiders van (homeopathische) geneesmiddelen, beeldend kunstenaars.

Nog ouder is de stroming van Manoe, een mensheidsleider die al voor de tijd dat de mens in fysieke verschijning op de aarde rondliep actief was. Leerlingen van Manoe waren de zeven Risji’s, Hermes en Zarathoestra die de oud-Indiase, de Egyptische en de Perzische cultuur hebben geïnspireerd. Lievegoed beschrijft Manoe als iemand die de twee uitersten, het denkende bewustzijn van de antroposofen en de doeners uit de rozenkruiserstroom, met elkaar verbindt en leidt.

Een belangrijke incarnatie in de derde eeuw na Christus was Mani, die in de traditie van Manoe werkte. Manie groeide op in Irak en werd op zijn zevende verkocht aan een rijke weduwe die hem inwijdt in de mystieke kennis van Skythianos[1]. Mani wordt begeleid door een engel die hij El Tawan, metgezel, noemt. Nadat hij zich een jaar lang in een grot had afgezonderd, ontwikkelt hij een religieuze leer waarin hij de kern van het christendom plaatst in de tweeheid van licht en duister, de uitgangspunten van de inmiddels decadent geworden leer van Zarathoestra. Het wezenlijke van het Manicheïsme, dat zich verspreidde van Spanje tot China, was dat alle goeds zijn schaduwkanten heeft en dat het kwaad daarom met mildheid moet worden bejegend. Als belangrijke vertegenwoordigers van een Manicheïstische levenshouding noemt Lievegoed de mensen die in de zorg werken, bijvoorbeeld zij die uit liefde kiezen voor de begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking, waar ze veel persoonlijke voordelen voor opofferen.

Een volgende incarnatie van Mani, vermoedelijk in het begin van de twaalfde eeuw, is Parsifal, de ‘reine dwaas’ die door zijn moeder ver van de bewoonde wereld wordt opgevoed om te voorkomen dat hij zoals zijn vader ridder wordt en in de strijd sneuvelt. Dit mislukt jammerlijk als hij op een dag ridders door het bos ziet rijden en hij besluit hen te volgen omdat hij denkt dat het engelen zijn. Rond zijn veertiende heeft hij een ontmoeting met een ingewijde, maar omdat hij niet weet welke vragen hij moet stellen, leert hij niets. Door schade en schande moet Parsifal vervolgens ontdekken wat zijn taak in het leven is en pas in het tweede deel van zijn leven kan hij die taak ook bewust uitvoeren. Tot zover Lievegoed.

Ook Mohammed werd – in de zesde eeuw na Christus – geboren als zoon van een weduwe. Op zijn veertigste heeft Mohammed, die zich regelmatig voor meditatie terugtrok in een afgelegen grot, een ontmoeting met een engel die hem opdraagt een mensheidsleraar te worden. Vervolgens ontvangt hij bij stukjes en beetjes via de engel Gabriël boodschappen die samen als de Koran bekend staan. Net als Mani bracht Mohammed de christelijke kernwaarden rechtvaardigheid en mededogen in een vorm die in dit geval door het Arabische volk kon worden begrepen. Ook Mohammeds leer verspreidde zich tot Spanje in het westen en China in het oosten. De islam inspireerde mensen tot grote intellectuele prestaties, tot een juridisch systeem gebaseerd op sociale en etnische gelijkheid en rechtvaardigheid en tot zorg voor zieken, zwakken en ouderen. Zou je mogen zeggen dat ook Mohammed een incarnatie van Mani was en in de traditie van Manoe werkte?

[1] Er zijn ook andere versies van Mani’s biografie overgeleverd.

Advertenties