Economie (II)

door abubakkernl

Hieronder volgt een aantal passages uit de koran die betrekking hebben op woekerrente, het geven van bijdragen (sadaqah, zakaat) en handel drijven.

“Zij die de woeker eten, zullen niet anders opstaan (op de Laatste Dag) dan zoals opstaat hij, die de Satan omstoot door aanraking. Dat is, omdat zij zeiden: De koophandel is slechts hetzelfde als de woeker. – Maar Allah heeft de koophandel vergund gemaakt en de woeker verboden. Hij dan, tot wie een vermaning komt van zijn Heer en daardoor ermede ophoudt, voor hem is het vroeger verworvene, en zijn zaak staat aan Allah. Maar wie weer terugvalt, dat zijn de lieden van het Vuur, eeuwig-levend daarin.  (2:275)  Allah doet de woekerwinst verdwijnen en doet de liefdegaven winst afwerpen. En Allah bemint niet een enkele ongelovige zondaar.  (2:276)  Zij die geloven en de heilzame werken bedrijven en de salaat verrichten en de zakaat opbrengen, voor hen is hun loon bij hun Heer en er is geen vrees over hen en niet zullen zij bedroefd zijn.  (2:277)  O gij, die gelooft, vreest Allah en laat varen wat rest van de woekerwinst, indien gij gelovig zijt. (2:278) Maar indien gij het niet doet, vergewist u dan van krijg vanwege Allah en Zijn boodschapper. Maar indien gij tot inkeer komt, dan zijn voor u de hoofddelen van uw bezittingen (het kapitaal), zonder dat gij onrecht doet en onrecht leidt.  (2:279)  En indien iemand (uw schuldenaar) in moeilijkheid is, dan toegeeflijkheid tot tijd van gemakkelijker omstandigheden. Maar dat gij het (de schuld) schenkt als liefdegave is beter voor u, indien gij wist. (2:280) En vreest een dag, waarop gij teruggevoerd zult worden naar Allah, waarna aan iedere ziel gekweten zal worden wat zij verworven heeft, zonder dat hun onrecht gedaan wordt.” (2:281)

“De gelijkenis van hen die bijdragen geven van hun bezittingen op de weg Allah’s is als de gelijkenis van een zaadkorrel die zeven aren doet ontspruiten, in elke aar waarvan honderd korrels zijn. En Allah verdubbelt voor wie Hij wil en Allah is wijdomvattend en wetend.  (2:261)  

“O gij, die gelooft, maakt uw liefdegaven niet ijdel door dankbaarheidsaanspraken en krenking, zoals hij die bijdragen geeft van zijn vermogen om door de mensen gezien te worden, maar zonder te geloven aan Allah en de Laatste Dag. Want zijn gelijkenis is als de gelijkenis van een rotsgrond, waarop aarde is, en welke een regenstorm treft, die hem hard achterlaat. Zij hebben geen macht over iets van wat zij verworven hebben. En Allah leidt niet recht de ongelovige lieden.  (2:264)  

“En de gelijkenis van hen die bijdragen geven van hun bezittingen, in begeerte naar de tevredenstelling van Allah en tot versteviging van hun eigen zielen, is als de gelijkenis van een gaarde op een hoogte, welke een regenstorm treft, zodat zij in dubbele mate voedsel voortbrengt, en zo de regenstorm haar niet treft, dan toch dauw. En Allah is scherp toeziende op wat gij bedrijft.  (2:265)  “O gij, die gelooft, schenkt bijdragen van de deugdelijke dingen die gij verworven hebt en van wat Allah voor u uit de aarde heeft doen voortkomen en bestemt niet het weerzinwekkende om daarvan bijdragen te geven. Immers, gij zoudt het zelf niet nemen, tenzij dat gij de ogen daarvoor neersloegt. En weet, dat Allah rijk is en lofwaardig.”  (2:267)  

“Indien gij openlijk liefdegaven geeft, dan zijn die voortreffelijk, maar indien gij die in het geheim schenkt en ze geeft aan de armen, dan is dat beter voor u; en het zoent voor u uw slechte daden. En Allah is wél-onderricht omtrent wat gij bedrijft.”  (2:271)  

“Zij die hun bezittingen als bijdrage wegschenken, des nachts en des daags, in het geheim en in het openbaar, voor hen is hun loon bij hun Heer, en er is geen vrees over hen en niet zullen zij bedroefd zijn.” (2:274)

“En wat gij aan woekergeld geeft, opdat het rente drage van de bezittingen der mensen, dat draagt geen rente bij Allah. Maar wat gij geeft aan zakaat, in verlangen naar Allah’s aangezicht, diegenen zijn de dubbel verkrijgenden.” (30:39)

“O gij, die gelooft, wanneer er wordt uitgeroepen tot de salaat op de Dag der Bijeenkomst, spoedt u dan tot de gedenking Allah’s en laat af van de koophandel. Dat is beter voor ulieden, indien gij het wist.” (62:9) Wanneer dan de salaat beëindigd is, verspreidt u dan in het land en streeft naar Allah’s genade en gedenkt Allah veelmaals, opdat het u wél moge gaan. (62:10) Maar wanneer zij handel zien of speels vermaak, lopen zij weg daarheen en laten zij u staan. Zeg: Wat bij Allah is, is beter dan spel en dan handel. – En Allah is de beste der onderhoud-gevers.” (62:11)

“En houdt u trouw aan de maat, wanneer gij meet, en weegt met de rechtgestelde balans. Dat is beter en een schonere beslechting.” (17:35)

“Geeft de volle maat en behoort niet tot de bekorters. (26:181) En weegt met de rechtgestelde balans. (26:182) En benadeelt niet de mensen in hun eigendommen, en bedrijft geen kwaad op de aarde door verderf te brengen.”  (26:183)

83. Soerah Al-Moetaffifien (De knoeiers)  
“1. Wee aan de knoeiers,  2. Die, wanneer zij zich doen toemeten, van de mensen de volle maat eisen,  3. Maar, wanneer zij hun toemeten of toewegen, te loor doen gaan.  4. Denken genen soms niet, dat zij opgewekt zullen worden?  5. Voor een ontzaglijke dag?  6. De Dag, waarop de mensen zullen staan opgesteld voor de Heer der werelden?”

104. Soerah Al-Hoemaza (De aanslagpleger)  
“1. Wee aan elke aanslagpleger en kwaadspreker,  2. Die bezit vergaart en het oppot.  3. Hij die waant, dat zijn bezit hem de eeuwigheid geeft.  4. Niets daarvan! Hij zal weggeslingerd worden in de Verbrijzelaar.”

Advertenties