Islam en antroposofie (I)

door abubakkernl

Hieronder volgen wat losse aantekeningen over parallellen tussen islam en antroposofie.

Een soera die heel kernachtig weergeeft waarom het in het leven zou moeten gaan is soera Al Asr (de tijd), soera 103 in het laatste deel van de koran. Daar staan de kortere soera’s die meestal uit de beginperiode van de openbaring dateren. Al Asr is niet de abstracte tijd, maar de tijd die verstrijkt. Het betekent ook dat wat samengedrukt, beperkt, begrensd is.

Gedenk de verstrijkende tijd.
Waarlijk, mensen schieten tekort.
Behalve zij die op het goede vertrouwen,
Die het juiste doen
En aansporen tot het ware
En niet opgeven!

In de bestuursvergaderingen van de Vriendenkring SEKEM sluiten wij sinds enige tijd af met deze soera. De soera geeft een aantal doelen aan – op het goede vertrouwen, het juiste doen, het ware nastreven en doorzetten. De vergaderingen worden geopend met het Avondklokkengebed van dr. Rudolf Steiner. Het lijkt alsof dit een antwoord is op soera Al Asr, omdat het in zekere zin aangeeft op welke manier de genoemde doelen te bereiken zijn. Het Avondklokkengebed is de lijfspreuk geworden van het SEKEM initiatief in Egypte en wordt daar aan het begin en einde van iedere werkweek door alle medewerkers in het Arabisch uitgesproken.

Het schone bewonderen,
het ware behoeden,
het edele vereren,
het goede besluiten.
Dit kan leiden de mens
in zijn leven tot doelen,
in zijn handelen tot het juiste,
in zijn voelen tot vrede,
in zijn denken tot licht;
en leert hem vertrouwen
op goddelijke leiding
in alles wat is:
in ‘t wijd heelal,
in zielegrond.

Een ander uitgangspunt van SEKEM is koranvers 13:11: “Voorzeker, God verandert de toestand van een volk niet voordat zij veranderen wat in hun harten is.” Vaak wordt de islam, als oosterse godsdienst, fatalisme toegeschreven, maar dit is een krachtig statement dat het tegendeel bewijst. Wacht niet af, maar neem zelf stappen. Deze houding wordt ook ondersteund door de hadieth: “Ik ben zoals Mijn dienaar verwacht dat Ik ben. Ik ben bij hem als hij aan Mij denkt. Als hij in zichzelf aan Mij denkt, denk Ik aan hem in Mijzelf; en als hij Mij gedenkt in gezelschap, gedenk Ik hem in een beter gezelschap. Als hij Mij een handbreedte nadert, nader Ik hem een armlengte, en als hij Mij een armlengte nadert, nader Ik hem een vademlengte. En als hij lopend naar Mij toekomt, ren Ik naar hem toe.”

In de antroposofie wordt het verschijnsel uitgewerkt dat onzichtbare wezens (engelen, aartsengelen, soms goden genoemd) zich ten doel gesteld hebben de mensen te helpen hun menszijn te verwerkelijken, maar dat alleen kunnen als de mensen zich openstellen voor dat aanbod. Mensen hebben daarin dus zelf een keuze. Dit stemt overeen met bovengenoemde citaten.

In het antropsofische onderwijs wordt rekening gehouden met drie zevenjaarsperioden in de ontwikkeling van kinderen naar volwassenheid. De eerste zeven jaar staan in het teken van het spelend leren. In de tweede zeven jaar gaat het om leren leren en in de derde zeven jaar om leren werken. Mohammed zei over opvoeding: “Met kinderen moet je spelen tot ze zeven jaar zijn. De volgende zeven jaar moet je ze onderwijzen en de daaropvolgende zeven jaar moet je ze als gelijken behandelen. Laat ze daarna vrij.” Dat het huidige onderwijs in islamitische landen vaak uit niets meer dan het kritiekloos uit het hoofd leren van teksten bestaat doet daar niets aan af. Het getuigt er eerder van dat er geen levende verbinding met de spirituele werkelijkheid meer is. Het westerse onderwijs dat op het inpompen van zoveel mogelijk kennis is gebaseerd, is eigenlijk niet heel veel anders.

God wordt zowel in de islamitische als christelijke geïnstitutionaliseerde religies als streng en afstandelijk ervaren. God zetelt op Zijn troon, leidt een oordeelt. Hij is weliswaar barmhartig, vergevingsgezind, maar onbereikbaar. Toch stelt de Koran: “Wij schiepen de mens en Wij weten wat zijn ziel hem influistert. Want Wij zijn hem nader dan zijn halsslagader.” (50:16) In de (antroposofische) Christengemeenschap wordt tijdens de zondagsdienst gezegd: ” Christus in mij”. Het Christuswezen heeft zich met de aarde en de mensen verbonden. Nu heeft ieder mens de mogelijkheid om Christus direct te ervaren, om zich met Christus te verbinden. Je hoeft je hiervoor ‘alleen maar’ open te stellen. Ik vermoed dat in beide uitspraken iets van hetzelfde wordt bedoeld. Ik hoop daar later op terug te komen.

Advertenties