Het Onze Vader – soera Al Fatiha

door abubakkernl

“Wij geloven in God en in datgene wat aan ons is geopenbaard en wat geopenbaard is aan Abraham en Ismaël en Isaac, aan wat Mozes en Jezus ontvingen en wat de profeten ontvingen van hun Heer. Wij maken geen onderscheid tussen hen, en voor Hem buigen wij ons.” (Koran 2:136)

In de islamitische liturgie neemt soera Al Fatiha (de opening) een belangrijke plaats in, vergelijkbaar met het Onze Vader in de christelijke. De Koran opent met dat hoofdstuk, vandaar de naam ‘de opening’, terwijl het ook de opening is van de dagelijkse vijf gebeden. Ook wordt het bij allerlei gelegenheden gereciteerd, bijvoorbeeld voorafgaand aan koranstudie en als inleiding of afsluiting van speciale gebeden in geval van ziekte, moeilijkheden etc. Ook inhoudelijk zijn er grote overeenkomsten tussen soera Al Fatiha en het Onze Vader. Ik heb getracht hier iets van weer te geven. Ik hoop dat de christelijke lezers kunnen leven met mijn interpretatie van het Onze Vader.

Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw rijk kome
Uw wil geschiede in de hemelen alsook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren,
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Alle lof zij God,
de Heer der werelden,
De Barmhartige, de Genadevolle.
Meester van de dag des oordeels.
U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.
Leid ons op het rechte pad,
Het pad van hen aan wie U gunsten hebt geschonken,
Niet dat van hen op wie toorn is nedergedaald,
Noch dat der dwalenden.

Alhamdulillahi rabbil aalamien
Arrahmaanir rahiem
Maaliki yawmid dien
Iyyaaka na`budu wa iyyaaka nasta’ien
Ihdienas sieraatal moestaqien
Sieraatal ladziena anamta alayhiem
Ghairiel maghdzoebi alayhi wa laddaalien

Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd,
Alle lof zij God, de Heer der werelden De Barmhartige, de Genadevolle.

In beide regels wordt de verheven positie van God aangegeven (lof, heilig) en wordt aangegeven dat Hij ‘boven’ ons staat (Heer der werelden, in de hemelen).

Uw rijk kome,  
Meester van de dag des oordeels

Hier wordt iets van de toekomst aangeduid: het toekomstige (hemelse?) rijk versus het oordeel over onze daden tijdens het aardse bestaan dat God aan het einde der tijden zal uitspreken en dat bepalend is voor ons leven in het hiernamaals (hel of paradijs).

Uw wil geschiedde in de hemelen alsook op aarde.  
U alleen aanbidden wij…

Hiermee wordt uitgedrukt dat wij ons bewust zijn van het feit dat alleen God er uiteindelijk toe doet.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren,  
… en U alleen vragen wij om hulp.

Hiermee wordt om concrete hulp gevraagd voor het triviale, dagelijkse leven. Onder dagelijks brood moeten we naar mijn idee alle eerste levensbehoeften zien, zoals voeding, kleding en onderdak. Ieder mens maakt fouten, hoe dicht hij ook bij God moge staan. Het is zelfs zo, dat in het algemeen de mensen die het dichtst bij God staan nog meer beseffen hoeveel fouten zij maken dan ‘gewone’ schepselen.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.  
Leid ons op het rechte pad, het pad van hen aan wie U gunsten hebt geschonken, niet dat van hen op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Wij vragen naar de spirituele leiding van God, niet die van de duivel, moslims wat explicieter dan christenen. Als we de zin “Uw wil geschiedde…” erbij betrekken is de zaak misschien wat meer in evenwicht. Van ‘hen op wie toorn is nedergedaald’ en ‘de dwalenden’ wordt wel gezegd dat hiermee resp. joden en christenen worden aangeduid, maar noch in de koran, noch in de uitspraken van de profeet zijn hiervoor duidelijke aanwijzigen te vinden. Ik voel meer voor zoiets als godslasteraars en mensen die bij hun zoektocht naar God op zijsporen terechtkomen. Het is uiteraard niet aan ons mensen om hierover een oordeel te vellen. Misschien is het meer een waarschuwing om je uitsluitend tot de éne God te richten, niet tot andere wezens die van God afhankelijk zijn. ‘Hen aan wie U gunsten hebt geschonken’: zijn dat de moslims? Ook dat staat nergens duidelijk vermeld. Het zijn de ‘bevoorrechten’ bij God. Wie dat zijn, weten we niet. Zijn het de profeten, de martelaren, de heiligen?

Ik hoop dat ik hiermee enigszins heb kunnen duidelijk maken hoe dicht wij eigenlijk bij elkaar staan, ondanks de toch aanzienlijke verschillen, vooral in de liturgie. Op die verschillen wordt in het multiculturele debat naar mijn smaak veel te veel de nadruk gelegd.

Advertenties